Tom voelt zich vandaag niet lekker. Hij heeft een zware verkoudheid. Zijn neus loopt en zijn keel doet pijn. Tom heeft medicijnen nodig. Hij gaat naar de apotheek bij zijn huis. De apotheek is open van negen tot zes. Tom loopt naar binnen en kijkt rond. Er zijn veel schappen met verschillende producten. Hij ziet vitamines, verbanden en crèmes. Tom gaat naar de balie. Een vriendelijke apotheker begroet hem. Ze vraagt hoe ze kan helpen. Tom vertelt haar dat hij verkouden is. Hij zegt dat zijn keel erg pijnlijk is. De apotheker vraagt of hij koorts heeft. Tom zegt nee, alleen een lopende neus. Ze beveelt wat verkoudheidsmedicijnen aan. De medicijnen zitten in een klein doosje. Tom heeft ook keelpastilles nodig voor zijn keel. De apotheker laat hem de beste zien. Tom kiest de kersensmaak. Hij vraagt hoe vaak hij de medicijnen moet nemen. De apotheker zegt twee keer per dag, ochtend en avond. Ze schrijft het op het doosje voor hem. Tom betaalt voor de medicijnen aan de balie. Het totaal is twaalf euro. Tom bedankt de apotheker voor haar hulp. Hij gaat naar huis om te rusten en zijn medicijnen te nemen.

Dutch Story (A1)Bij de apotheek
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Tom is verkouden en bezoekt zijn plaatselijke apotheek voor medicijnen. De vriendelijke apotheker helpt hem bij het kiezen van verkoudheidsmedicijnen en keelpastilles met kersensmaak. Ze legt uit hoe hij de medicijnen moet nemen en Tom gaat naar huis om te rusten.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Welke symptomen heeft Tom?
2
Welke smaak hoestdruppels kiest Tom?
3
Hoe vaak moet Tom het medicijn innemen?
Vocabulary
20 words from this story


