Sophie komt thuis van school. Ze wil de deur opendoen. Ze zoekt in haar tas naar de sleutel. De sleutel is er niet! 'Waar is mijn sleutel?' vraagt Sophie. Ze denkt aan haar dag. Vanochtend had ze de sleutel. Ze deed de deur op slot voordat ze naar school ging. Ze steekt haar hand in haar zak. De zak is ook leeg. Sophie gaat op de stoep zitten en denkt na. Tijdens de lunch was ze in het park. Ze at haar boterham op een bankje. Misschien is de sleutel daar gevallen! Sophie rent naar het park. Ze vindt het bankje. Ze kijkt onder het bankje. Ze zoekt in het gras. Niets. Sophie loopt verdrietig naar huis. Haar buurvrouw ziet haar. 'Sophie! Ik heb je sleutel!' zegt ze. Sophie heeft hem vanochtend laten vallen. De buurvrouw heeft hem op straat gevonden. 'Dank je!' zegt Sophie met een grote glimlach.

Dutch Story (A1)De verdwenen sleutel
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Sophie komt thuis van school en kan haar sleutel niet vinden. Ze controleert haar tas en zakken maar de sleutel ontbreekt. Ze herinnert zich dat ze in het park heeft geluncht en rent erheen om te zoeken. Als ze de sleutel niet kan vinden, loopt ze verdrietig naar huis. Haar buurvrouw roept naar haar - ze heeft Sophies sleutel vanochtend op straat gevonden!
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waar zoekt Sophie eerst naar haar sleutel?
2
Waar gaat Sophie heen om de sleutel te zoeken?
3
Wie heeft Sophies sleutel?
Vocabulary
20 words from this story


