Er zijn drie kleine biggetjes. Ze zijn broers. Ze verlaten hun huis om hun eigen huizen te bouwen. Het eerste biggetje is lui. Hij bouwt een huis van stro. Het gaat heel snel en makkelijk. Het tweede biggetje is ook lui. Hij bouwt een huis van takken. Het gaat ook snel en makkelijk. Het derde biggetje is slim. Hij bouwt een huis van stenen. Het duurt lang. Maar het huis is heel sterk. Op een dag komt er een grote boze wolf. Hij heeft heel veel honger. Hij gaat naar het strohuis. Biggetje, laat me binnen! zegt hij. Nee! zegt het eerste biggetje. Dan blaas ik je huis omver! De wolf blaast en blaast. Het strohuis valt om. Het eerste biggetje rent naar zijn broer. De wolf gaat naar het takkenhuis. Biggetjes, laat me binnen! Nee! zeggen de twee biggetjes. De wolf blaast en blaast. Het takkenhuis valt ook om. De twee biggetjes rennen naar het stenen huis. De wolf gaat naar het stenen huis. Hij blaast en blaast en blaast. Maar het huis valt niet om. De wolf is heel moe. Hij gaat weg. De drie biggetjes zijn veilig. Ze leven gelukkig in het stenen huis.

Dutch Story (A1)De drie biggetjes
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Drie varkensbroers bouwen huizen van stro, takken en stenen. Een grote boze wolf blaast de eerste twee huizen omver, maar kan het stenen huis niet vernietigen. De varkens leren dat hard werken loont.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waar bouwde het eerste varken zijn huis van?
2
Wat gebeurde er toen de wolf tegen het stenen huis blies?
3
Waar woonden de drie varkens aan het einde van het verhaal?
Vocabulary
20 words from this story


