LingoStoriesLingoStories
A2Everyday Situations4 min read375 words62 sentencesAudio

Dutch Story (A2)Kleding kopen

Dit A2 Nederlands verhaal is ontworpen voor elementair die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.

About this story

Emma gaat winkelen voor zomerkleding. Ze koopt een mooie blauwe jurk, bruine sandalen en een t-shirt met korting. Ze overweegt een leren tas maar vindt die te duur. Ze betaalt en gaat tevreden naar huis met haar aankopen.

Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Emma had nieuwe kleren nodig voor de zomer. Ze besloot om op zaterdag te gaan winkelen. Ze ging naar het grote winkelcentrum in de stad. Er waren veel kledingwinkels binnen. Eerst ging ze een damesmodezaak binnen. Een verkoopster kwam haar helpen. Hallo! Zoekt u iets speciaals? Ja, ik heb een zomerjurk nodig. We hebben veel mooie jurken. Welke maat draagt u? Ik draag maat medium. Welke kleur wilt u? Ik geef de voorkeur aan blauw of groen. Hier zijn wat opties. Wilt u ze passen? Ja, graag. Waar is de paskamer? De paskamers zijn achterin de winkel. Emma nam drie jurken mee om te passen. De eerste jurk was te strak. De tweede jurk was te lang. De derde jurk was perfect. Het was een prachtige blauwe jurk met witte bloemen. Ze keek naar het prijskaartje. Het kostte vijfenveertig euro. Dat was een goede prijs. Ze besloot hem te kopen. Daarna zocht ze een paar sandalen. Ze vond mooie bruine sandalen. Welke maat zijn deze sandalen? Ze zijn maat achtendertig. Kan ik ze passen? Natuurlijk. Gaat u zitten. Emma paste de sandalen. Ze waren comfortabel en pasten goed. Hoeveel kosten deze? Ze kosten dertig euro. Ik neem ze. Emma liep verder door het winkelcentrum. Ze zag een uitverkoopbord in een andere winkel. Vijftig procent korting op alle t-shirts! Ze ging naar binnen om te kijken. Ze vond een mooi wit t-shirt. De oorspronkelijke prijs was twintig euro. Met de korting was het maar tien euro. Ze kocht het t-shirt ook. Tot slot had ze een nieuwe tas nodig. Ze vond een kleine leren tas in een etalage. Ze ging naar binnen en vroeg ernaar. Pardon, hoeveel kost de bruine tas in de etalage? Die tas kost vijfenvijftig euro. Dat was meer dan ze wilde uitgeven. Heeft u iets goedkopers? Ja, we hebben deze vergelijkbare tas voor dertig euro. Emma keek naar de goedkopere tas. Hij was mooi maar niet zo mooi als de eerste. Ze besloot erover na te denken. Uiteindelijk betaalde ze voor de jurk, sandalen en t-shirt. Het totaal was vijfentachtig euro. Ze betaalde met haar creditcard. Wilt u een kassabon? Ja, graag. Alstublieft. Bedankt voor uw aankoop! Emma was blij met haar nieuwe zomerkleren. Ze ging tevreden naar huis met haar aankopen.

Comprehension Questions

4 questions

1

Hoeveel betaalde Emma voor de jurk?

2

Wat was er mis met de eerste twee jurken die Emma paste?

3

Hoeveel heeft Emma bespaard op het t-shirt door de uitverkoop?

4

Wat was het totale bedrag dat Emma betaalde voor al haar aankopen?

Vocabulary

30 words from this story

Related Stories