Het is nu herfst. De bladeren veranderen van kleur. Sommige bladeren zijn rood. Andere bladeren zijn geel en oranje. Mia houdt van de herfst. Ze is een klein meisje. Vandaag gaat ze met haar vader naar het park. Het park heeft veel bomen. De grond is bedekt met bladeren. Mia rent de bladeren in. De bladeren maken een mooi geluid. Ze raapt een groot rood blad op. 'Kijk, papa!' zegt ze. 'Dit blad is prachtig.' Haar vader glimlacht naar haar. 'Ja, het is erg mooi,' zegt hij. De wind waait zachtjes. Meer bladeren vallen van de bomen. Mia probeert ze te vangen. Ze vangt een geel blad. De lucht is koel en fris. Mia kan haar adem zien. Ze draagt een warme jas. Haar vader maakt een foto van haar. Ze houdt de bladeren vast en glimlacht. Een eekhoorn rent een boom op. 'Kijk naar de eekhoorn!' zegt Mia. De eekhoorn zoekt naar eten. Hij verzamelt noten voor de winter. Mia en haar vader gaan op een bank zitten. Ze drinken warme chocolademelk. De chocolademelk is warm en zoet. Vogels vliegen in de lucht. Sommige vogels gaan naar het zuiden voor de winter. De zon gaat onder. De lucht is oranje en roze. 'Het is tijd om naar huis te gaan,' zegt haar vader. Mia stopt de bladeren in haar zak. Ze wil ze bewaren. Ze lopen samen naar huis. Mia houdt de hand van haar vader vast. 'Ik hou van de herfst,' zegt ze. 'Ik ook,' zegt haar vader. Het was een mooie herfstdag.

Dutch Story (A1)Herfstbladeren
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Mia is een klein meisje dat van de herfst houdt. Ze gaat met haar vader naar het park op een mooie herfstdag. De bladeren zijn rood, geel en oranje. Mia speelt in de bladeren, vangt vallende bladeren en kijkt naar een eekhoorn. Ze drinken samen warme chocolademelk. Als de zon ondergaat, lopen ze naar huis, en Mia bewaart enkele bladeren in haar zak.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Met wie gaat Mia naar het park?
2
Wat probeert Mia te vangen?
3
Wat drinken Mia en haar vader?
Vocabulary
20 words from this story


