Anna moet eten kopen voor de week. Ze pakt haar boodschappentas en gaat naar de supermarkt. De supermarkt is dichtbij haar huis. Ze loopt daar in vijf minuten naartoe. Anna pakt een winkelwagentje bij de ingang. Eerst gaat ze naar de groente- en fruitafdeling. Ze pakt wat appels en bananen. De appels zijn rood en vers. Ze heeft ook tomaten nodig voor een salade. Vervolgens loopt Anna naar de zuivelafdeling. Ze legt melk en kaas in haar wagentje. De melk is vandaag in de aanbieding. Anna is blij met de goede prijs. Ze koopt ook wat eieren. Dan gaat ze naar het broodschap. Het brood ruikt heel lekker. Anna kiest een vers brood. Ze heeft ook rijst en pasta nodig. Anna vindt ze op de volgende plank. Nu is haar wagentje bijna vol. Anna kijkt naar haar boodschappenlijstje. Ze heeft nog kip nodig voor het avondeten. Ze loopt naar de vleesafdeling. Anna pakt een mooi stuk kip. Eindelijk heeft ze alles wat ze nodig heeft. Anna gaat naar de kassa. Er staan niet veel mensen te wachten. De caissière is vriendelijk en snel. 'Dat is vijfentwintig euro, alstublieft,' zegt ze. Anna betaalt met haar kaart. Ze stopt alle boodschappen in haar tas. 'Bedankt en nog een fijne dag!' zegt de caissière. Anna loopt naar huis met haar boodschappen. De tas is zwaar maar ze is sterk. Thuis zet ze alles in de keuken. Nu is Anna klaar om een lekker avondeten te koken.

Dutch Story (A1)Boodschappen doen
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Anna gaat naar de supermarkt om boodschappen te doen voor de week. Ze loopt door verschillende afdelingen en pakt fruit, groenten, zuivelproducten, brood, rijst, pasta en kip. De melk is in de aanbieding, wat haar blij maakt. Bij de kassa betaalt ze met haar kaart en loopt naar huis met een volle tas. Nu is ze klaar om het avondeten te koken.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waar gaat Anna heen om eten te kopen?
2
Wat is er in de aanbieding in de winkel?
3
Hoeveel betaalt Anna voor haar boodschappen?
Vocabulary
20 words from this story


