Maria gaat naar de supermarkt. Ze moet wat eten kopen. Ze pakt een mandje bij de ingang. Eerst gaat ze naar de fruitafdeling. Ze ziet wat rode appels. De appels zien er heel vers uit. Ze zoekt naar het prijskaartje. Maar er is geen prijskaartje. Ze ziet een medewerker in de buurt. 'Pardon,' zegt ze. 'Hoeveel kosten deze appels?' De medewerker glimlacht. 'Ze kosten twee euro per kilo,' zegt hij. 'Dank u,' zegt Maria. Ze doet wat appels in een zak. Dan gaat ze naar de broodafdeling. Ze pakt een brood. Dit brood heeft een prijskaartje. Het kost een euro vijftig. Ze legt het brood in haar mandje. Daarna wil ze melk kopen. De melk staat in de koeling. Ze pakt een fles melk. De prijs is negentig cent. Maria is tevreden met de prijzen vandaag. Ze gaat naar de kassa. Een caissier scant haar artikelen. 'Dat is vier euro veertig,' zegt hij. Maria betaalt met haar kaart. 'Bedankt en een fijne dag nog!' Maria glimlacht en pakt haar boodschappen. Ze loopt naar huis met haar eten.

Dutch Story (A1)De prijs controleren
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Maria gaat boodschappen doen in de supermarkt. Ze vraagt een medewerker naar de prijs van appels en koopt fruit, brood en melk voordat ze bij de kassa betaalt.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Waarom vraagt Maria de medewerker naar de appels?
2
Hoeveel is het totaal bij de kassa?
3
Hoe betaalt Maria voor haar boodschappen?
Vocabulary
20 words from this story


