LingoStoriesLingoStories
A1Work & Career3 min read266 words35 sentencesAudio

Dutch Story (A1)De reis naar het werk

Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.

About this story

Sarah neemt elke dag een bus en trein naar haar werk. De reis is lang, maar ze geniet ervan om te lezen en naar muziek te luisteren onderweg.

Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Sarah wordt elke ochtend om zes uur wakker. Ze werkt op een kantoor in het stadscentrum. Haar appartement is ver van haar werk. Ze neemt een douche en kleedt zich snel aan. Bij het ontbijt eet ze toast en drinkt ze koffie. Ze verlaat haar appartement om zeven uur. Eerst loopt ze naar de bushalte. De bushalte is vijf minuten lopen van haar appartement. Ze wacht op bus nummer 42. De bus komt elke tien minuten. Vandaag is de bus een beetje laat. Sarah kijkt op haar horloge en wacht. Eindelijk komt de bus. Ze stapt in de bus en laat haar kaartje zien. De bus is erg druk vanmorgen. Ze kan geen zitplaats vinden, dus staat ze. Ze houdt de handgreep vast en luistert naar muziek. De busrit duurt twintig minuten. Ze stapt uit bij het treinstation. Nu moet ze de trein nemen. Ze koopt een kaartje bij de automaat. De trein komt op tijd aan. Sarah vindt een plek bij het raam. Ze leest het nieuws op haar telefoon tijdens de rit. De treinreis duurt vijftien minuten. Ze stapt uit op het station in het centrum. Vanaf daar loopt ze naar haar kantoor. De wandeling duurt maar vijf minuten. Sarah komt om acht uur op kantoor aan. Ze is vandaag op tijd op het werk. Haar collega's zitten al aan hun bureau. 'Goedemorgen!' zegt ze met een glimlach. Ze maakt een kopje thee voordat ze begint met werken. De reis naar het werk is lang, maar Sarah vindt het niet erg. Ze geniet van de tijd om te lezen en naar muziek te luisteren.

Comprehension Questions

3 questions

1

Hoe komt Sarah bij het treinstation?

2

Hoe laat komt Sarah op kantoor aan?

3

Waarom staat Sarah in de bus?

Vocabulary

20 words from this story

Related Stories