Het is juli en het weer is erg warm. De zon schijnt fel aan de blauwe hemel. Maria wordt vroeg wakker. Ze opent het raam in haar kamer. De lucht is al warm. 'Het wordt een warme dag,' denkt Maria. Maria trekt een lichte jurk aan. Ze ontbijt met haar familie. Ze drinken koude sinaasappelsap. Maria wil naar buiten gaan. Haar moeder zegt: 'Neem een hoed en water mee.' Maria neemt haar hoed en een fles water mee. Ze loopt naar het park. Het park heeft veel grote bomen. De bomen geven fijne schaduw. Maria gaat onder een boom zitten en leest een boek. Ze hoort de vogels zingen. Een vlinder vliegt bij haar in de buurt. Het is heel mooi. Om twaalf uur is de hitte erg sterk. Maria drinkt haar water. Ze loopt naar huis voor de lunch. Haar familie eet koude salade en fruit. In de middag rust Maria thuis. Ze blijft binnen omdat het buiten te warm is. In de avond wordt de lucht koeler. Maria gaat met haar familie naar de tuin. Ze genieten samen van de mooie zomeravond.

Dutch Story (A1)Zomerhitte
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Maria brengt een warme julidag verstandig door. In de koele ochtend leest ze in het schaduwrijke park, luistert naar vogels en kijkt naar vlinders. Om twaalf uur gaat ze naar huis voor koud eten en rust. Als de avond koelere lucht brengt, geniet ze van de tuin met haar familie.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wat zei Maria's moeder dat ze mee moest nemen voordat ze naar buiten ging?
2
Wat deed Maria in het park?
3
Waarom bleef Maria in de middag binnen?
Vocabulary
20 words from this story


