Vandaag wil Tom pizza maken. Hij gaat naar de keuken. Eerst moet hij het deeg maken. Hij pakt meel, water en gist. Hij mengt alles in een grote kom. Het deeg is zacht en plakkerig. Tom legt het deeg op de tafel. Hij gebruikt zijn handen om het plat te maken. Nu is het deeg rond en dun. Tom legt het deeg op een bakplaat. Vervolgens heeft hij tomatensaus nodig. Hij smeert de saus op het deeg. De saus is rood en smaakt goed. Nu voegt Tom de kaas toe. Hij legt veel kaas op de pizza. Tom houdt van kaas! Hij voegt ook wat groenten toe. Hij legt tomaten, paprika's en uien erop. De pizza ziet er nu kleurrijk uit. Tom zet de oven aan. De oven is erg heet. Hij zet de pizza in de oven. Tom wacht vijftien minuten. Hij kan de pizza ruiken. Het ruikt heerlijk! De pizza is klaar. Tom haalt het uit de oven. De kaas is gesmolten en goudkleurig. Tom snijdt de pizza in acht stukken. Hij eet blij zijn zelfgemaakte pizza.

Dutch Story (A1)Pizza maken
Dit A1 Nederlands verhaal is ontworpen voor beginner die Nederlands leren. Het bevat eenvoudige woordenschat en korte zinnen om je lees- en luistervaardigheden te verbeteren. Klik op elk woord om vertalingen te zien en de uitspraak te horen.
About this story
Tom besluit thuis pizza te maken. Hij bereidt het deeg met meel, water en gist, vormt het en voegt tomatensaus, veel kaas en groenten toe. Na vijftien minuten bakken in de hete oven geniet hij van zijn heerlijke zelfgemaakte pizza.
Translations in English
Linked wordUnderlined wordOther words
Comprehension Questions
3 questions
1
Wat maakt Tom eerst?
2
Hoe lang wacht Tom tot de pizza klaar is?
3
In hoeveel stukken snijdt Tom de pizza?
Vocabulary
20 words from this story


